Vervolg verhoren BPOC – Politie Verklaring 22

Gespiegeld van Buiten Parlementaire Onderzoeks Commissie.

Transcriptie 22, April 2021:

Mijn naam is….. Sinds 2002 ben ik werkzaam bij de Politie. Momenteel ben ik werkzaam als tactisch rechercheur. Mijn besluit om een verklaring af te leggen bij de BPOC 2020, was genomen na mijn eigen ervaringen en na het lezen van de transcriptie van politieverhoor nummer 11. Daarin staat heel goed omschreven dat een ‘normale’ situatie tussen een politieagent en een burger, tijdens deze maatregelen, nu gemakkelijk uit kan monden in een aanhouding. Verder staat in deze verklaring dat het de-escalerende optreden van de politieagent heel belangrijk is.

Ik werk bij de recherche in een groep met fijne, sociale collega’s, waar je mee kan lachen en huilen. In dit werk zijn er mooie onderzoeken, maar soms ook heftige en trieste incidenten. We draaien bij de recherche tevens piketdiensten, waar je ’s avonds en ’s nachts opgeroepen kan worden, voor heftige zaken die niet tot de volgende dag kunnen wachten. Moord, doodslag, schietpartijen, steekpartijen, overvallen, zelfdodingen, alles komt wel een keer voorbij tijdens die diensten.

Sinds de maatregelen die werden ingevoerd voor het coronavirus, is er iets heel wezenlijks veranderd in de maatschappij en dus ook bij de politie. De politie is als het ware een afspiegeling van de samenleving. Ik ben bij de politie gegaan om het onrecht dat mensen wordt aangedaan tegen te gaan. Ik wil ook graag mensen helpen. Die combinatie maakt dat je telkens weer herinnerd wordt aan het feit dat je te allen tijde met mensen te maken hebt. Dat geeft de doorslag in alles wat je in je dagelijkse politiewerk aan het doen bent. Je moet je altijd bewust zijn van wat jouw acties bij mensen teweeg brengt. Dat is mijn mening en ik weet dat er veel politiemensen ook zo over denken.

Sinds de maatregelen zag ik onder andere filmpjes op YouTube voorbijkomen van politiegeweld tegen burgers, die mij enorm raakten. Politieagenten die burgers gingen aanhouden, omdat ze geen mondkapje droegen bijvoorbeeld. Daarbij werd veel geweld gebruikt. Het gewone leven van de burger werd enorm beïnvloed door deze maatregelen en er leek vanuit de politie een soort van ‘wij tegen de ongehoorzamen’ te ontstaan. Ik zag geweld tegen kinderen, die gewoon geboeid werden afgevoerd. Ik vroeg aan enkele collega’s of ze wisten dat dit speelde, maar ik hoorde er niemand over.

De doorslag voor mijn ‘wakker’ worden was dat minister Grapperhaus doodleuk zijn bruiloft gevierd bleek te hebben. Tegen alle waarschuwingen in, de waarschuwingen die hij nota bene zelf had geroepen. Hij had zelfs mensen uitgemaakt voor ‘aso’s’. Ik ben er eens goed naar gaan kijken en er bleken toch een heleboel zaken niet te kloppen. Het begon toen naar buiten te komen dat de uitvinder van de PCR test, Kary Mullis, uitleg had gegeven over hoe de PCR test te gebruiken. Dat deze geen corona besmetting kan aantonen, dat deze PCR test op een andere wijze gebruikt dient te worden. Helaas is Kary Mullis overleden, hij kan hier geen discussie meer over aangaan.

Op mijn werk sprak ik met collega’s over het virus, de opgelegde maatregelen en probeerde sommige feiten aan collega’s uit te leggen. Dat er geen oversterfte is in 2020, die cijfers kun je gewoon op de site van het CBS nakijken. Dat er medicatie is voor de corona besmetting, dat we gehersenspoeld worden door de media en gemasseerd werden naar een ‘vaccin’ toe. Dat mondkapjes niet werken, en dat dat zelfs door Hugo de Jonge werd gezegd. Ik heb zelfs de site van de FDA, de Food and Drugs Administration, erbij gepakt om mijn collega’s te laten zien dat er wel degelijk ernstige bijwerkingen kunnen optreden bij de ‘vaccins’. Er stond ook bij: de dood. Er werd door collega’s gelachen. Ik heb gezegd dat de desbetreffende farmaceuten niet aansprakelijk waren voor de geleden schade. Dat de ‘vaccins’ nog in een testfase zaten. Ik merkte tevens dat er bij mijn collega’s een totale onwetendheid was over de wereldwijde demonstraties tegen de maatregelen.

Ik begon te begrijpen dat dit allemaal niet door de ‘gewone’ media naar buiten werd gebracht. Ik begon me ontzettend zorgen te maken. Totdat ik openlijk zei dat ik me niet liet vaccineren, dat mijn immuunsysteem dit zelf kan oplossen, dat de IFR, Infection Fatality Rate 0,23 was. Dat ik zeer weinig kans had om dit virus te krijgen. Ik zei dat het vaccinatie paspoort eraan zat te komen, dat er mensen buitengesloten zouden worden, niet meer mee konden doen aan de maatschappij, omdat ze niet ingeënt wilden, of konden worden. Sommige collega’s zeiden o.a. dat ik me daarom maar moest laten inenten. Dat het terecht was dat ik dan buitengesloten zou worden. Ik zei: ‘Dus ik moet maar een gele ster op mijn jas spelden, met de tekst ‘niet gevaccineerd’? Dat is discriminatie! Ik was geschokt.

Toen de politieleiding aankondigde dat de collega’s op straat allemaal een mondkapje moesten dragen en zelfs in de dienstauto’s, vond ik dit een zorgelijke ontwikkeling. De mondkapjes zijn zwart van kleur en ik vond het vreselijk om te zien dat mijn collega’s gedwongen werden dit tijdens hun werk te dragen. Niet alleen is het ongezond voor je, het beeld wat je als politie naar buiten brengt is ronduit schadelijk. Denk eens aan het beeld wat je bij kinderen oproept, zo’n indrukwekkende verschijning met een zwart mondkapje voor. Is dit waar de politie al die jaren zijn best voor heeft gedaan om juist een goed contact met de burger te krijgen en te houden? Ik ben van mening dat we dit nu in deze korte tijd totaal de grond in hebben gestampt.

Vervolgens kwamen de beelden van de vredelievende, bezorgde burgers die aan het demonstreren gingen. Demonstratierecht vind ik ontzettend belangrijk, dit is je recht en mag je je niet af laten nemen. De beelden van ME ers en Politie te paard die onschuldige, rustige, vredelievende mensen slaan, schoppen, omver walsen, dat ging bij mij te ver. Ik heb er om gehuild. Ik was er totaal kapot van.

Toen de avondklok werd ingesteld, is het allemaal nog veel vreemder geworden. Een avondklok? Wat is daar dan een goede reden voor? Ik snapte niet dat men dat er door kon drukken. In welk land leven we? Zitten we in een oorlog? De discussie ging ineens over het regelen van een ontheffing, die je door je werkgever kon laten opstellen, zodat je voor of na of tijdens je werk, legitiem op straat mocht zijn. Mensen schoten compleet in de stress, er werden honden aangeschaft, omdat je met je hond wel na 21.00 uur op straat mocht zijn. Er werden jassen verhandeld van bezorgbedrijven, zodat ze ook op straat konden zijn na 21.00 uur. Totale gekte.

Mijn vriend werkt in ploegen en was al enigszins in paniek omdat hij met de invoering van de avondklok kans had om door de politie aan de kant gezet te worden. Mijn vriend heeft een vorm van autisme en kan om bepaalde zaken zeer emotioneel reageren. We hadden de zaak van de avondklok goed voorbereid, hij had via zijn baas een formulier meegekregen, een ontheffing. Telkens als hij met de auto van of naar zijn werk gaat heeft hij altijd die ontheffing bij zich en zijn id-kaart. Op een gegeven moment, ’s avonds om 22.30 uur belde mijn vriend mij. Hij zei me dat hij door de politie aan de kant was gezet. Ik dacht in eerste instantie, dat hij al thuis was en me dit wilde vertellen. Hij praatte rustig. Maar tijdens het gesprek kreeg ik door, dat hij nog in zijn auto zat en dat de politie nog bij hem stond. Mijn vriend zei me dat de politieagent zijn naam en dienstnummer niet wilde geven. Mijn vriend zei me dat hij tegen de politieagent had gezegd dat hij al zijn papieren kon krijgen, als de agent zijn naam en dienstnummer wilde geven. Mijn vriend zei dat de politieagent dit niet wilde geven. Ik zei nou, doe maar rustig, zal ik even met hem praten? Dat is goed hoorde ik mijn vriend zeggen. Ik hoorde dat mijn vriend zei: ‘hier heeft u mijn vriendin, zij werkt ook bij de politie. ‘Ik kreeg de collega aan de telefoon. Het was mijn bedoeling om rustig uit te leggen, dat mijn vriend zich hier goed op voor had bereid en alle papieren bij zich had. Ik vroeg hem wat het probleem nu was? Ik hoorde dat de collega tegenmij zei: “Uw vriend is zeer bot geweest tegen mij.” Ik hoorde dat mijn vriend toen zei tegen die collega: “Heb ik u dan uitgescholden? “‘Nee, u heeft mij niet uitgescholden” hoorde ik de collega zeggen. Ik hoorde dat de collega tegen mij zei: Maar die bekeuring gaat gewoon door. Ik zei: Maar u hoeft hem toch geen bekeuring te geven? Hij heeft alle papieren bij zich, zijn ID-kaart en de ontheffing, omdat hij zich daar al op had voorbereid. De collega zei o.a. tegen mij: “Hij krijgt een bekeuring voor het niet op eerste vordering tonen van zijn legitimatiebewijs”, en “wij wilden uw vriend aanhouden” en “ik beëindig dit gesprek. Ik ga dit ook aan mijn chef doorgeven”. Ik zei nog: Aanhouden? Waarvoor dan? Ik begreep het niet. Toen hij zei: ik ga dit ook aan mijn chef doorgeven, zei ik : ja doe dat maar. Ik heb nog wel de dienstnummers van de collega’s gekregen, er stond namelijk nog een collega bij, die wat later bleek, wel meteen zijn naam en dienstnummer had gegeven aan mijn vriend. Dat was ook het rare ervan. Ik kreeg een heel raar gevoel bij dit gesprek, ik vond het een vreemde reactie van hem. Ik had het idee dat hij niet luisterde naar wat ik zei. Ik wilde gewoon de situatie uitleggen, een beetje begrip opwekken, maar dit had blijkbaar totaal geen toegevoegde waarde voor hem.

Toen ik mijn vriend weer zag, legde hij me de situatie uit van wat er nu precies was gebeurd. De 2 politieagenten hadden met hun voertuig op een rotonde op de weg gestaan en waren met zijn tweeën toen mijn vriend een stopteken kreeg van 1 van de agenten. Het was niet zo dat er een grote controle was, zoals dat wel eens gebeurt met meerdere voertuigen, dat je dan in een ‘fuik’ rijdt. Dit was een actie van twee agenten in 1 voertuig op de weg. Mijn vriend vertelde dat hij de auto stopte, midden op de weg, voor de agent die het stopteken gaf. Het was dus niet zo dat mijn vriend de auto op een parkeerplaats moest zetten om daar het gesprek aan te gaan, het was een zeer onveilige plek om stil te staan. Mijn vriend deed het raampje naar beneden en zei tegen de agent: “Gaan jullie nu echt die avondklok handhaven?” (Ik moet er even bij vermelden dat dit in die bewuste week was, dat er een rechtszaak was geweest tegen de avondklok en dat er een rechter had uitgesproken dat de avondklok inderdaad ongrondwettelijk was. Hierna kwam de rechtszaak van de staat om deze uitspraak weer te doen veranderen, waarna de avondklok toch wel grondwettelijk bleek. Dat had de laatste rechter uitgesproken.) De politieagent zei: “Ja dat ga ik doen, mag ik je legitimatiebewijs? “Mijn vriend vroeg toen om zijn dienstnummer. Echter wilde de politieagent dit pas geven als mijn vriend zijn legitimatie liet zien. De agent zei: Die geef ik zo, eerst wil ik jouw legitimatie zien. Mijn vriend zei: Ik heb alles bij me wat je nodig hebt, mijn rijbewijs, alles wat je moet hebben. Ik zou graag uw dienstnummer willen hebben. Echter de agent liet de situatie totaal uit de hand lopen. De agent zei: de laatste keer, anders ben je aangehouden. De tweede politieagent was er nog even niet bij, die stond nog op afstand. De politieagent die bij mijn vriend stond, zei dat hij dat hem dan moest aanhouden. Mijn vriend heeft meerdere keren gezegd dat hij alle benodigde papieren bij zich had, en dit ook wilde laten zien. Maar hij vroeg nogmaals om het dienstnummer van de politieagent. Hij gaf dit niet aan mijn vriend. Hierna zei de agent dat mijn vriend was aangehouden en mijn vriend zei: waarom ben ik dan aangehouden? Hierna kwam de tweede politieagent erbij staan en de eerste politieagent trok het portier open van de auto. Mijn vriend trok het portier weer dicht. Mijn vriend bleef zeggen dat hij alle papieren had maar bleef ook vragen naar het dienstnummer van de collega. Mijn vriend zei zoiets van: ‘wie zegt me dat jullie van de politie zijn? Ik wil je dienstnummer. Dat is toch niet zo moeilijk? De collega ging toen met de arm in de auto en probeerde de gordel los te maken. Mijn vriend zei dat hij gewoon zijn papieren wilde laten zien. De agent zei toen dat hij zijn dienstnummer zou geven als mijn vriend hem meteen zijn papieren liet zien. Het leek op een soort van ‘gelijk oversteken ‘. Toen werd de situatie wat rustiger. Het dienstnummer van de eerste agent heeft mijn vriend genoteerd. Hierna kreeg hij een bekeuring voor het niet op eerste vordering tonen van zijn legitimatiebewijs. Hierna belde mijn vriend mij, toen volgde het telefoongesprek dat ik zojuist omschreef.

Een politieagent is geoefend in het de-escalerende optreden. Hier hebben we zelfs tijdens de opleiding een speciaal examen voor moeten doen. Het is heel belangrijk in ons werk, dat je bepaalde situaties kunt inschatten, hoe belangrijk het is om rustig te blijven en je doel op die wijze te verkrijgen. Geweld is altijd het laatste redmiddel. Proportioneel heet dat. Elke agent weet dat. Deze gebeurtenis tussen mijn vriend en de collega is een voorbeeld van hoe een situatie meteen kan escaleren. Als de agent ook maar een beetje mensenkennis had gehad, had hij kunnen inschatten dat de situatie niet zo hoog was opgelopen als hij gewoon zijn dienstnummer had gegeven.

Het minste wat een burger zegt op dat moment, kan dus tegenwoordig een aanleiding zijn voor een aanhouding. Dit is echt onbegrijpelijk en is totaal niet waar de politie voor staat. Op mijn werk, aan het einde van mijn eerste werkdag van die week, werd ik door mijn twee leidinggevenden geroepen voor een gesprek. Ik was het hele voorval al bijna vergeten wat er bij mijn vriend was gebeurd. Het verhaal van de collega en mijn vriend bleek inderdaad via zijn chef, bij mijn chef terecht te zijn gekomen. Alleen die desbetreffende collega heeft tegen zijn chef gezegd dat ik MEERDERE KEREN had verzocht om de bekeuring te laten vallen. Ik wist niet wat ik hoorde?! Zo was het dus niet gegaan. Ik ben hierdoor zo van de kaart geraakt, dat ik heel geëmotioneerd heb gereageerd. Ik was zo boos, dat die collega mij vals heeft beschuldigd van iets wat ik niet heb gedaan!

Boven op dit alles kwam de demonstratie in Amsterdam van 20 maart. Dat was de demonstratie waarin de zorgmedewerkers in het witte uniform gekleed, voor de demonstrerende burgers gingen staan. De demonstratie waar de veteranen als een linie, in de houding voor de zorgmedewerkers stonden. Ik volgde live de demonstratie, en ik wist dat er twee familieleden van mij onder het zorgpersoneel bij waren. Deze familieleden zijn jonge vrouwen, die vredelievend met hartjes daar stonden.Toen ik zag dat de ME en de rest van de politiemensen de groep insloten en de ME recht tegenover de veteranen stonden, werd het mij te veel. Ik dacht: Nu is het gebeurd, nu gaan de ME -ers, de veteranen en de zorgmedewerkers in elkaar slaan. Ik heb echt gedacht: Het is oorlog. Een politieman die tegenover veteranen en zorgmedewerkers gaat staan, klaar om ze gruwelijk in elkaar te rossen gaat mij te ver. Gelukkig is dit met een sisser afgelopen. Echter werden de mensen daarna gegijzeld op de Leidsekade, waarna ze na uren daar gestaan te hebben, met bussen werden afgevoerd. Naar een plek aan de rand van Amsterdam. Daar werden ze uit de bus gelaten. In welk land leven we? Door deze gebeurtenis in Amsterdam, het feit dat ME-ers, oog in oog stonden met veteranen en zorgmedewerkers, vredelievende demonstranten en blijkbaar klaar om geweld tegen hen te gaan gebruiken, ben ik geshockeerd. Opa’s en oma’s, moeders en vaders, het zijn vredelievende burgers die daar staan.

Ik zie het zo: we zijn in korte tijd beland in een oorlogssituatie, vanwege een virus. Waar is ons verstand gebleven? De maatregelen die de burgers in onze maatschappij al een jaar lang worden opgelegd, onder het voorwendsel dat we het voor de ouderen doen en de zorg, zijn mijns inziens niet meer te rechtvaardigen. Wat ik hier zie gebeuren, is een ontwrichting van de maatschappij en er wordt een soort ‘verdeel en heers’ gecreëerd. Alle menselijkheid wordt uit de mens gehaald. Ik ben van mening dat de overheid steken heeft laten vallen bij het naar oplossingen zoeken voor dit virus. Maar goed dat is mijn mening. Ik ben een zeer bezorgd mens.

Aanvulling april 2021: Ik wil nog niet dat de beelden gepubliceerd worden uit veiligheidsoverwegingen. Daarom alleen de transcriptie.

*Deze verklaring is op schrift gesteld aan de hand van het mondelinge verhoor. Omdat gebruik is gemaakt van transcriptiesoftware kan er sprake zijn van taal-en/of spellingsfouten, waarvoor onze excuses.

Bron: https://bpoc2020.nl/politieverhoren/